Toen Marijke me vroeg voor een serie gastblogs hoefden we dan ook niet lang na te denken over een onderwerp. Vanaf nu deel ik tweewekelijks een van de 10 gouden tips met je waarmee je lastige en veel voorkomende taalkwesties te lijf kunt gaan. (Linda Hollander)

Tip 1 van 10

Het was de rel van het jaar: de tekst van het Koningslied die barstte van de taalfouten. John Ewbank gooide bijna het bijltje erbij neer door alle kritiek. Ook als je geen beroemde producer bent kun je soms hoofdpijn krijgen van lastige taalkwesties.

Als tekstschrijver kan ik me natuurlijk geen enkele miskleun veroorloven, maar ook voor jou kan het van belang zijn om taalfouten zo veel mogelijk te voorkomen. Slordige en onnodige fouten kunnen een doorn in het oog van je klanten zijn en de indruk wekken dat je ook slordig werkt. En dat is zonde, zeker als je veel tijd en geld hebt gestoken in je website of een uitgebreid e-book.

Deze fout loop je nooit meer: d’s en t’s

Het blijft lastig met de vervoeging van werkwoorden als worden en rijden en dit is dan ook de meest gemaakte spelfout in de Nederlandse taal. Vanmorgen leverde de zoekterm ‘hij word’ 22 miljoen hits op bij Google, terwijl dit grammaticaal onjuist is.

Wanneer gebruik je een ‘d’ en wanneer ‘dt’?

Om te beginnen: in de tegenwoordige tijd (alles wat nu of straks gebeurt) plak je nooit een extra ‘d’ achter een werkwoord. Hij beoordeeld de tekst niet, maar hij beoordeelt hem. Zit er al een ‘d’ in het werkwoord, dan laat je die staan.

Mijn favoriete truc is om het lastige werkwoord te vervangen door ‘lopen’. Daarbij hoor je namelijk direct of er sprake is van de tegenwoordige tijd en of er wel of geen ‘t’ achter komt.

Jij (loopt) toch bijna veertig?
Jij wordt toch bijna veertig?

Ik (loop) over twee jaar veertig.
Ik word over twee jaar veertig.

Hij (loopt) zondag al veertig.
Hij wordt zondag al veertig.

(Loopt) zij zondag mee met oma?
Rijdt zij zondag mee met oma?

(Loop) jij dan nog even langs de bakker?
Rijd jij dan nog even langs de bakker?

Ik snij en ik glij, ik hou en ik rij: schei uit!

Huh? Ik rij toch langs de bakker? Er zijn vijf uitzonderingen waarbij je de ‘d’ mag weglaten, maar het hoeft niet. In officiële teksten gaat de voorkeur uit naar het volgen van de taalregel, omdat deze een formeel tintje geeft aan de boodschap.

De prins declameerde: “Mevrouw, ik houd van u!”
De fan brulde: “Willem, ik hou van je!”
John zuchtte: “Schei er mee uit!”

Deze uitzondering geldt alleen voor de woorden snijden, glijden, houden, rijden en uitscheiden.

De tijd bepalen met de looptruc

De looptruc kun je ook toepassen als je niet zeker weet of een woord in de tegenwoordige tijd (hij loopt) of als voltooid deelwoord (hij heeft gelopen) wordt gebruikt. Een mooi voorbeeld vond ik op de pagina ‘veelgestelde vragen’ van een kunstgrasfabrikant:

Wat gebeurd er als mijn hond zijn behoefte op het kunstgras doet?

Correct is:
Wat (loopt) er als mijn hond zijn behoefte op het kunstgras doet?
Wat gebeurt er als mijn hond zijn behoefte op het kunstgras doet?

Wat is er (gelopen) met mijn kunstgras?
Wat is er gebeurd met mijn kunstgras?

Vragen?

Leren lopen gaat vaak met vallen en opstaan en dat zal bij het gebruik van de looptruc niet anders zijn. Ik hoor graag of je baat hebt bij de tips en mocht je nog vragen hebben, dan kun je die in je reactie achterlaten.

Heb je nog steeds zo je twijfels over het juiste gebruik van de ‘d’ en de ‘t’, dan kun je je zelfgeschreven tekst altijd laten nakijken door een tekstcorrector. Helemaal uitbesteden kan natuurlijk ook, zodat je tijd overhoudt voor de dingen die je leuk vindt. Zoals hardlopen, bijvoorbeeld.

Linda Hollander schrijft teksten en artikelen voor websites van bedrijven en organisaties. Ze heeft een hekel aan sport en haar favoriete hobby is lezen in bed. Met een zak chips.